De neurobiologische basis van schizofrenie

Om de pathofysiologie van een aandoening te kunnen begrijpen, is het zeer belangrijk een beeld te hebben van de veranderingen van eiwitten die zich afspelen bij deze patiënten. Eiwitten spelen namelijk een zeer cruciale rol in de structuur, de functie en de regulatie van cellen en weefsels. Alle eiwitten in een biologisch systeem (een cel, weefsel of organisme), in een bepaalde toestand en op een bepaald tijdstip, noemen we het proteoom. De afgelopen jaren zijn daarom heel wat technieken ontwikkeld om het proteoom te kunnen identificeren en kwantificeren.

Alle proteoom-analyses die voorlopig uitgevoerd werden in patiënten met schizofrenie, zijn zodanig opgesteld dat de te vergelijken groepen een gelijke leeftijd en ziekteduur hadden, alsook allemaal anti-psychotische medicatie hebben kregen. Ander onderzoek heeft dan weer uitgewezen dat net die anti-psychotische medicatie en de ziekteduur wel degelijk een structureel en functioneel effect hebben op de hersenen van patiënten met schizofrenie.

In dit onderzoek onderzoeken we de impact van anti-psychotische medicatie en ziekteduur op de pathofysiologie van schizofrenie. Hiervoor vergelijken we het proteoom van post-mortem hersenen van schizofrenie patiënten (met en zonder anti-psychotica) met het proteoom van post-mortem hersenen van gezonde controles.

Funding: PZ Duffel, BOF en VIB-DMG

Onderzoeker:

Jeroen Schuermans

jeroen.schuermans@uantwerpen.be